De Wet DBA en schijnzelfstandigheid: wat het voor jou als opdrachtgever betekent
Ongeveer 5 minuten lezen
Huur je een zzp'er in die achteraf feitelijk als werknemer blijkt te werken, dan loop jij als opdrachtgever het risico op een naheffing loonheffingen. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op deze schijnzelfstandigheid, en sinds 1 januari 2026 zijn daar ook boetes bij gekomen. Wat schijnzelfstandigheid precies is, hoe ver een naheffing terugkijkt en wat een tussenkomstconstructie voor jouw risico betekent, staat hieronder.
Wat schijnzelfstandigheid is
Of iemand terecht als zelfstandige werkt, wordt niet bepaald door het contract maar door de feitelijke uitvoering van het werk. De Belastingdienst en de rechter toetsen dat aan de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad: onder meer of er sprake is van gezag, of iemand vervangbaar is, wie het ondernemersrisico draagt en of het werk is ingebed in de organisatie.
In een keuken speelt dat bijvoorbeeld bij de vraag of een zelfstandige zijn eigen werktijden en werkwijze bepaalt, of dat hij precies de roosters en instructies van de vaste keukenploeg volgt alsof hij personeel is. Een zzp-contract op papier beschermt je dus niet als de praktijk op de vloer op een gewoon dienstverband lijkt.
Hoe de Belastingdienst sinds 2025 handhaaft
Sinds 1 januari 2025 hanteert de Belastingdienst weer de normale handhavingsregels: bij een vastgestelde schijnzelfstandigheid kan direct een correctieverplichting of een naheffingsaanslag loonheffingen volgen, zonder de coulanceperiode van de jaren daarvoor. Een naheffing kijkt in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of het negeren van een eerdere aanwijzing van de Belastingdienst: dan kan de terugwerkende kracht oplopen tot vijf jaar.
Sinds 1 januari 2026 zijn daarnaast vergrijpboetes mogelijk, tussen de 10 en 100 procent van de naheffing, bij opzet of grove schuld. Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd.
Het rechtsvermoeden bij een tarief onder de 38 euro
Rond de 38 euro per uur circuleert het beeld van een nieuw minimumtarief voor zzp'ers. Dat is niet wat er verandert. Vanaf 31 december 2026 treedt wetsvoorstel 36.783 in werking, dat bij een uurtarief onder ongeveer 38 euro een weerlegbaar rechtsvermoeden van werknemerschap vestigt: de zelfstandige kan zich dan beroepen op het vermoeden dat er een arbeidsovereenkomst bestaat, waarna de bewijslast dat dit niet zo is bij jou als opdrachtgever komt te liggen.
Er is geen verbod: onder de 38 euro werken blijft mogelijk als de arbeidsrelatie zelfstandigheid rechtvaardigt, alleen verschuift bij een geschil wie moet bewijzen wat er feitelijk aan de hand is.
Hoe tussenkomst je risico beperkt
Bij tussenkomst sluit de intermediair een contract met jou en een apart contract met de zelfstandige, en wordt de intermediair onderdeel van de fiscale keten. Work Division werkt daarbij met de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst van tussenkomst (nummer 90821.25537.3.0). Zolang de praktijk overeenkomt met die overeenkomst, geeft dat vooraf zekerheid dat er geen loonheffingen hoeven te worden ingehouden.
Die zekerheid geldt wel alleen zolang de uitvoering ook echt aansluit op de overeenkomst: de Belastingdienst kijkt naar wat er op de vloer gebeurt, niet naar de tekst van het contract. Naast de loonheffingen loopt er via de officiële inlenersaansprakelijkheidsregeling ook een aansprakelijkheid voor de omzetbelasting van wie bij je werkt; hoe je die beperkt met een SNA-registratie en een g-rekening staat in een apart artikel.
Wat je zelf kunt doen om het risico te beperken
Werk je met een zelfstandige, controleer dan of de inzet via een tussenkomstconstructie met een goedgekeurde modelovereenkomst loopt, en niet via een rechtstreeks contract tussen jou en de zelfstandige. Let daarnaast op het uurtarief: een tarief dat duidelijk boven de cao-lonen van vergelijkbare functies in loondienst ligt, ondersteunt de zelfstandigheid beter dan een tarief dat er nauwelijks boven uitkomt.
Deze twee elementen, de constructie en het tarief, zijn precies waar een geschil met de Belastingdienst om draait. Twijfel je of een opdracht zich leent voor een zelfstandige, neem dan vooraf contact op: we toetsen de situatie voordat de eerste dienst draait.
Veelgestelde vragen
- Ben ik als opdrachtgever aansprakelijk als een zzp'er toch als werknemer wordt aangemerkt?
- Je loopt dan risico op een naheffing loonheffingen. Werk je via tussenkomst met een goedgekeurde modelovereenkomst en komt de praktijk daarmee overeen, dan geeft dat vooraf zekerheid; wijkt de uitvoering af van de overeenkomst, dan vervalt die zekerheid.
- Is 38 euro per uur het nieuwe minimumtarief voor zzp'ers?
- Nee. Vanaf 31 december 2026 geldt bij een tarief onder ongeveer 38 euro een weerlegbaar rechtsvermoeden van werknemerschap, geen verbod. Onder dat bedrag werken blijft mogelijk; bij een geschil verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever.
- Hoe ver kan een naheffing teruggaan?
- In beginsel niet verder dan 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid of het negeren van een eerdere aanwijzing van de Belastingdienst kan de terugwerkende kracht oplopen tot vijf jaar.
- Wat is een modelovereenkomst van tussenkomst?
- Een door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst waarmee een intermediair vooraf zekerheid geeft dat er geen loonheffingen hoeven te worden ingehouden, zolang de praktijk overeenkomt met de tekst. Work Division werkt met nummer 90821.25537.3.0.
Bronnen
De cijfers in dit artikel komen hiervandaan. Regels en bedragen veranderen, dus controleer bij twijfel de bron zelf.
